Een stage van 6 weken bij Stichting Bootvluchteling op Lesbos.

Dit zijn ook precies de laatste 6 weken van mijn opleiding tot huisarts. Nog één laatste, extra ‘uitdaging’, om nog zoveel mogelijk over de wereld te leren. Maar nu ik dit schrijf denk ik meteen al: dat houdt natuurlijk nooit op, je bent nooit uit geleerd. Niet over medische zaken, niet over mensen, niet over cultuur… En dat maakt het ook zo intrigerend.

– het lukt me op een of andere manier nog niet om foto’s te uploaden, die komen nog! –

Deze periode ga ik werken voor Stichting Bootvluchteling. Zoals je verderop kunt lezen, is de inzet van deze organisatie van levensbelang voor de mensen in het kamp. Voor het bieden van gezondheidszorg aan tientallen mensen per dag is echter ook geld nodig. Als je wilt bijdragen, kun je dat doen via een speciale donatiebox die is aangemaakt (klik op de link). Iedere donatie maakt een verschil!

Heenreis

Woensdag 25 februari was het zover. Zin in? Ja… maar dat vertrek blijft een ding. Zodra de vertrekdatum nadert, denk ik iedere keer: wat heb ik nu weer verzonnen? Gelukkig weet ik ondertussen dat het afscheidsmoment het moeilijkst is, daarna wordt het allemaal makkelijker. En het is maar voor 6 weken, geen 6 maanden dit keer ;). De week voor vertrek was voorlopig mijn laatste in de opleidingspraktijk, druk met dingen afronden maar ook een heel erg leuk, gezellig en warm afscheid van het hele team. Gelukkig mag ik er terugkomen, dus ik heb alvast goede vooruitzichten voor hierna!
Mam was zo lief om me naar het vliegveld te brengen. Dat kon eigenlijk ook niet anders, want ik wilde mijn fiets mee. Ik mocht Wigert zijn fietskoffer lenen, maar die paste niet in ons eigen Clio’tje! Ook op Schiphol zelf was het héél fijn om niet zelf met twee gigantische koffers te hoeven lopen, en ik bleek ook nog bij een speciale, extra afgelegen incheck-balie te moeten zijn. Ondanks het vele lopen hadden we ruim de tijd om nog even lekker te lunchen. Toen een dikke knuffel, zo lang mogelijk zwaaien, en door de douane. Ik had precies genoeg tijd om nog een muziek-boxje en een kettinkje te kopen. Van mijn vorige buitenlandse avonturen heb ik namelijk geleerd dat A) muziek alles beter maakt en B) ik de ring die ik van Mich heb gekregen, eens wél bij me wil hebben. Ik vond er een met een vredesduif eraan, nu al mooi symbolisch! Mich is natuurlijk een vogelaar, maar het staat ook symbool voor vrijheid. Vrijheid die ik maximaal heb en voel, zoals dat ik nu naar Lesbos kan gaan om dit te doen. Vrijheid die de vluchtelingen zoeken, als in een beter leven. Weg van wat voor omstandigheden het ook waren, die zó moeilijk waren dat ze ervoor kozen om weg te vluchten van alles wat ze kennen en liefhebben; een reis met ontelbare obstakels en gevaren aan te gaan; naar een onbekende bestemming en heel onzekere toekomst. Dus waar ik dit werk eigenlijk voor doe, is dat ik wil bijdragen in het grotere proces waarvan ik hoop dat zij daardoor uiteindelijk diezelfde vrijheid te kunnen ervaren.

Voor zover het gefilosofeer. Vlak voor ik het vliegtuig in stapte, herkende ik een mede-huisarts in opleiding, Brandon. Dat is gezellig, om samen te gaan! Zijn vertrek was iets minder relaxed; hij was zijn paspoort kwijt en was al sinds 6u ’s ochtends bezig om reisdocumenten in orde te krijgen. Eigenlijk zou hij met een eerdere vlucht gaan, maar die had hij niet gehaald. Gelukkig was het nu allemaal in orde. De vlucht ging lekker snel (verzonken in een boek), en de overstap op Athene was voor mij 5 minuten lopen naar de volgende gate. Daar in de rij herkende ik een dame die ik ook op de vorige vlucht had gezien, zij bleek ook hier te zijn als vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling! (hierna: BRF, Boat Refugee Organisation) Ze heet Ine, is verpleegkundige en heeft ook als verpleegkundig specialist in het verpleeghuis gewerkt. Terwijl wij al in de bus van de gate naar het vliegtuig stonden, was het voor Brandon nog niet klaar met de ellende. Zijn ticket van Athene naar Lesbos bleek geannuleerd, omdat hij zijn oorspronkelijke vlucht had gemist! Maar hij heeft het toch een nieuw ticket weten te regelen, met een vliegtuig dat een kwartiertje later vertrok dan die van ons. Het was een klein uurtje vliegen in een klein vliegtuigje. Ik was even bang dat de fietskoffer er niet in zou passen, maar terwijl ik stond te wachten om aan boord te gaan zag ik de fietskoffer gelukkig het ruim in gaan.

Eenmaal aangekomen op Lesbos, in de hoofdstad Mytilini, hadden we gauw onze bagage. We werden opgehaald door twee leden van de crew, Nico (gepensioneerd huisarts en ervaren BRF-vrijwilliger) en Femke (vrouw van  mijn leeftijd, is hier onderdeel van de support crew). De fietskoffer paste precies in het busje. Toen ook Brandon gearriveerd was reden we naar het centrum, waar de vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling verblijven in het Lemon House en appartementjes op zo’n 50m lopen daarvandaan. Brandon verblijft in het Lemon House zelf, Ine en ik mochten een appartementje kiezen. Er waren er twee vrij, dus we kozen ieder een eigen. Wel zo lekker om even rustig te kunnen landen, en de appartementjes zijn behoorlijk netjes en schoon! Wel was het behoorlijk koud, het duurde een tijd voordat ik de slaap kon vatten.

Eerste introductie

Volgende ochtend kon ik lekker rustig aan doen, we werden om 10u op kantoor verwacht. Ik vond een pot pistache-pasta in de kast en had toevallig nog boterhammen over van de lunch de vorige dag – wie wat bewaart, die heeft wat. Het kantoor was een kleine 10 minuten lopen. Eerst kregen we een briefing van twee uur met algemene informatie over Lesbos, de vluchtelingenstromen en het kamp. Super interessant, riep heel veel vragen op, maar het was ook héél veel informatie. Griekenland wordt gezien als de belangrijkste toegangsweg naar Europa voor vluchtelingen uit Afrika. Dat gaat ofwel over land, waar ze de rivier Evros de grens tussen Griekenland en Turkije vormt, ofwel over zee. Op het smalste gedeelte is het slechts 11km tussen Turkije en Lesbos! Tot voor kort kwamen er vooral veel mensen uit Afghanistan en Syrië, maar nu de situatie daar rustiger is, is het een veel meer gemeleerde groep. Eritrea, Somalië, Sudan, Sierra Leone, Ethiopië, Congo… Het is nu erg rustig in het kamp; er is plek voor zo’n 3800 mensen maar er zitten er nu zo’n 1200. Het lijkt alsof mensen nu toch andere routes kiezen, en er schijnen ook veel push-backs te zijn.

Iedereen die hier komt, heeft dat geregeld via smokkelaars/traffickers. De overtocht alleen al kost zo’n 800 euro per persoon (kinderen gratis of in ieder geval goedkoper), maar er schijnt wel een aankomst-garantie te zijn. Gek idee hè, een soort morele code onder mensensmokkelaars? De overtocht duurt zo’n 5 tot 10 uur. Ik dacht dat mensen direct in de buurt van het kamp zouden arriveren, maar dat is niet zo. Ze vertrekken ’s avonds laat en varen dan 5-10 uur, afhankelijk van de route – en ze moeten de kustwacht van zowel Turkije als Griekenland zien te omzeilen. Bij aankomst maken ze meteen hun boot onklaar, zodat ze niet direct teruggestuurd kunnen worden door de politie of kustwacht. Ze houden zich dan nog schuil tot de volgende nacht om naar het kamp te komen, want ook dat moet ongezien gebeuren. Ze zijn hier ‘illegaal’ totdat ze zich bij het kamp hebben gemeld om asiel aan te vragen, tot dat moment kunnen ze opgepakt worden door de politie en worden uitgezet of vastgehouden in een detentiecentrum.

Als mensen het wel tot de poorten van het kamp redden, kunnen ze asiel aanvragen. “Klassiek” asiel kan worden toegekend als iemand in het land van herkomst gevaar loopt op vervolging op basis van gender, religie, ras/etniciteit, politieke overtuiging of lidmaatschap van een bepaalde sociale groep. Daarnaast is er subsidiaire bescherming mogelijk, als mensen bij terugkeer naar land van herkomst een reëel risico lopen op ernstige schade door oorlog, folteringen/onmenselijke behandeling of doodstraf. In deze gevallen mogen mensen niet worden teruggestuurd en krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning voor enkele jaren. Mensen gaan op 1 of 2 gesprekken om dit toe te lichten. Daarbij wordt ook gekeken of ze in Turkije in al in aanmerking kwamen voor asiel, want het eerste land waar je aankomt moet dat oppakken. Het gebeurt dus ook regelmatig dat mensen teruggestuurd worden naar Turkije. Na de beslissing (asiel toegekend, subsidiaire protectie, of afgewezen) hebben mensen 30 dagen om het kamp te verlaten.

Het leven in het kamp is ook niet makkelijk. Als mensen aankomen, worden ze geregistreerd. Mensen krijgen maar 1 maaltijd per dag, die ook nog erg slecht schijn te zijn. Een voorbeeld: bakje pasta met hier een daar een erwtje en een ui, een beetje fruit en wat brood. Het schijnt dat mensen “de beslissing” hebben gehad en dus in de 30 dagen erna zitten, ze ook geen eten meer krijgen. Mensen kunnen aanspraak maken op een geldbedrag (circa 75 euro per week), maar het toekennen hiervan gebeurt pas na vele maanden – als mensen alweer weg zijn uit het kamp. Officieel mogen mensen niet koken (brandgevaar) maar toch gebeurt dat wel. Er zijn douches maar er zou slechts één zijn met af en toe heel kort warm water. Er is geen was-service. De medische zorg is zeer beperkt. Er zijn daarom veel (verschillende) vrijwilligersorganisaties die inspringen en ondersteunen. Helaas worden de hulporganisaties die er zijn, steeds verder afgeschaald. De internationale aandacht vermindert, waardoor er minder fondsen beschikbaar zijn. Maar deze organisaties zijn essentieel voor het ondersteunen in essentiële behoeften, zoals in bijvoorbeeld voeding, hygiëne-artikelen, kleding wassen, activiteiten voor vrouwen, mannen en kinderen, en… zorg! Naast de zorg van het Griekse overheid (Hippocrates), zijn ook Dokters van de Wereld en Artsen zonder Grenzen actief in het kamp. De Griekse overheid doet een soort medische check van de vluchtelingen bij aankomst en is met verantwoordelijk voor de chronische zorg. Dokters van de Wereld hebben een gynaecoloog, verloskundige en kinderarts. Artsen zonder Grenzen pakt het stukje infectieziekten (en schurft) op. Maar, zij werken allemaal alleen bepaalde uren overdag. Wij als Stichting Bootvluchteling werken alleen in de avond, als een soort huisartsen’post’.

Daarna kregen we een briefing over meer praktische medische aspecten. Toen we klaar waren om half 2 liep mijn hoofd over, tijd voor lunch! Klein boodschapje gedaan en lunch gemaakt in m’n appartementje, daarna ging ik met Brandon een rondje wandelen om het stadje een beetje te verkennen.

Eerste kennismaking met het kamp

Om 16.00u stond het volgende item op het programma, een tour door het kamp. Het is zo’n 15 minuten rijden en ligt aan de kust, dus er staat vaak veel wind. Daarna gingen we te voet het kamp door. Ik dacht me goed te hebben voorbereid (dubbele broek, skipully, trui, dubbele jas), maar het was oprecht ongelofelijk, afschuwelijk koud. Ik denk dat het 5 graden was, maar de harde wind maakte het zo onguur als maar kan. Bij binnenkomst moesten we eerst langs de beveiliging, waar wordt gecheckt of je wel op de lijst staat en waar we een handtekening moeten zetten iedere keer bij binnenkomst en bij vertrek. Dit kamp is 5 jaar geleden als noodkamp gebouwd nadat het vluchtelingenkamp in Moria volledig afbrandde. Er verbleven toen 7000 mensen, waarvan er wonderwel niemand is overleden. De mensen vluchtten allemaal het kamp uit en verbleven ongeveer een week op de parkeerplaats van de Lidl, tot dit nieuwe kamp op een oud leger-terrein uit de grond was gestampt.

Er werd aangewezen waar mensen zich na aankomst registeren en een dekentje krijgen. Er zijn verschillende gedeeltes in het kamp voor oa gezinnen, alleenstaande mannen en de ‘uitgeprocedeerde’ mensen. Er zijn twee types verblijven, een isobox wat lijkt op een container en waar airco in zit voor verwarmen of koelen, of een geisoleerde tent. In een isobox passen zo’n 10-12 mensen en er zijn er nu genoeg omdat het kamp niet vol zit, maar vaak worden er meerdere families in één isobox gezet omdat ze dat makkelijker vinden. In de tenten zitten kleine kacheltjes. Binnenin staat niets anders dan bedden; geen tafel of stoelen; geen kasten, niets. Op de douchecabines liggen overal zonnepanelen, het schijnt dat simpelweg alleen de bedrading moet worden aangesloten om warm water te kunnen hebben. Maar dat gebeurt niet. We liepen ook langs enorme, leegstaande tenten met klapperende zeilen en allerlei scheuren. Er zijn tijden geweest waarop het kamp overvol zat, toen zaten deze tenten ook vol – zonder verwarming, of behoorlijke beschutting, of privacy. Mensen die we tegenkomen, lopen in korte broeken, op slippers, of met een dunne doek omgeslagen – terwijl ik gigantisch verkleumd ben in mijn michelin-mannetjes-outfit. Zo door het kamp lopend, raakte het me echt hoe onmenselijk de omstandigheden zijn. Dat vind ik al gelden voor wat ik nu aan omstandigheden zie, en dit worden als ‘goede’ omstandigheden gezien in vergelijking met hoe het in andere vluchtelingenkampen gaat; maar ook in vergelijking met hoe het hier was toen het druk was, en al helemaal in vergelijking met hoe het in Moria was. Een vertaler die zelf in dat kamp heeft gezeten, vertelde dat er overal slangen en schorpioenen waren, en iedere dag en nacht geweld en verkrachtingen…

Achterin het kamp was het gedeelte voor de mensen die klaar zijn met de procedures en dus het kamp moeten verlaten. Nou, dat is echt ‘op een achteraffie’. Er wordt gezegd dat dit is om het ze extra moeilijk te maken, ver van de ingang van het kamp. Teruglopend naar de ingang hadden we uitzicht over het kamp, de zee en de rotsen in de verte. Het uitzicht is mooi. Wat een contrast met de situatie van de mensen die hier zitten.

Om 18.00u start de dienst, de rest van het team is er ook. Dat zijn artsen, vertalers en support crew. Iedereen vertelt zijn functie; Ine en Brandon worden meteen ingewerkt vanavond. Ik gelukkig niet, ik wordt teruggebracht naar de stad, waar ik iets makkelijks te eten haal bij de supermarkt en me verdrink in een serie. Mijn hoofd zit voel en tegelijk voel ik me leeg. Ik had dit ergens wel verwacht, maar ik had gehoopt dat het mee zou vallen, en dat deed het niet. Na twee afleveringen Bridgerton voel ik me gelukkig wel wat beter, en na een kwartier touwtjespringen ben ik ook eindelijk warm genoeg om te gaan slapen.

Eerste (in)werkdag

Maar ja, dat is pas ’s avonds! Ik besloot eerst te gaan poetsen. Het is niet echt vies, maar ook niet echt schoon, en niets helpt me om ze zo thuis te voelen als schoonmaken. Daarna haalde ik de fietskoffer op die nog bij het Lemon House stond en begon met mijn fiets in elkaar zetten. Ging nog niet zo soepel, dat uit elkaar halen was veel makkelijker! Eerst maar lunch, waarvoor ik met Brandon en Ine naar het centrum ging. Bij een leuk restaurantje in de haven bestelden we knoflook-brood (wat meer op pizza leek), een Griekse pizza en salade om te delen. We zaten heerlijk in het zonnetje… met uitzicht op de boten van de kustwacht. Ja, de dubbele realiteit is overal. Eenmaal terug was het al 16u, nog eventjes rusten en omkleden (paar extra lagen erbij). In het kamp dragen we jassen van de organisatie en er zijn ook ‘werk’ broeken die je over je eigen kleding kunt doen. Om 17u vertrokken we naar het kamp, onderweg pikten we een aantal collega’s op die in de stad wonen, voornamelijk tolken. Onze unit in het kamp bestaat uit een tent met een gedeelte dat dienstdoet als wachtkamer en een gedeelte waar de crew zit. Daarnaast is er een ‘hospitainer’, een speciaal gebouwde vrachtwagen met twee consultkamers; en een andere soort container waar twee consultkamertjes in zijn gemaakt. In de hospitainer en de consultkamertjes is verwarmende airco, heerlijk! Ik word deze dienst helemaal op sleeptouw genomen en ingewerkt door Nico. Toen ik vertelde dat ik in Suriname had gewerkt, vroeg hij of ik toevallig zijn broer kende die daar twee keer per jaar heen gaat als chirurg. Jazeker, ik mocht hem bij menige amputatie assisteren op de OK! Wat is het ook een kleine wereld. Nico heeft ook als tropenarts gewerkt én heeft dochters die tweeling zijn.

De consultkamertjes vond ik verrassend vriendelijk en volledig! We zagen een aantal mensen samen, ook omdat er veel Frans spraken en dat kan Nico ook. Daarna zag ik 2 of 3 patiënten zelfstandig. De problemen zijn niet zo ingewikkeld. Keelpijn, hoesten, bustickets, vraag of ik een verklaring kan schrijven dat iemand géén allergie meer heeft… Zo met die prettige omgeving, en gezondheidsklachten waar ik wel gewend aan ben, viel het me alles mee! Tegen 22u kwamen er geen patiënten meer en gingen we opruimen; doekje over de tafel en dweilen. Eigenlijk ben ik geen dweiler, maar het heeft wel iets heel prettigs om het zo netjes en geordend af te sluiten en achter te laten allemaal. Het is wel uitzonderlijk hoe rustig het op het moment is; andere jaren zagen ze 120 mensen per avond en nu waren het er maar 24. Er zijn natuurlijk weinig mensen in het kamp, en ze komen later vanwege de ramadan.

Toen ik terugkwam in mijn appartementje, bleek dat Ine beide airco’s in mijn appartementje al had aangezet én een extra deken had klaargelegd. Blijkbaar had ik iets teveel geklaagd tijdens de lunch over de kou, maar met effect: ik heb echt heerlijk geslapen!

Eerste groepsuitje

Zaterdag was het tijd voor het maandelijkse groepsuitje, flamingo’s kijken! We reden in 40 minuten naar de zoutpannen bij Skala kallonis, onderweg zetten we gezellig een muziekje op. Het is echt een vogelgebied met veel water, erg mooi, en inderdaad veel flamingo’s! We maakten er een leuk wandelingetje van, ondertussen heb ik met verschillende mensen een beetje kennis gemaakt. Nico was niet mee, maar hij had wel zijn verrekijker meegegeven omdat ik me erg enthousiast had geuit over vogels (en verrekijkers). We zagen ook een grauwe gors en een groenling. Het was wel weer behoorlijk fris. We deden hierna koffie met z’n allen en reden een kort stukje naar het grotere stadje Kalloni. We hadden een uurtje om zelf iets te doen, wat voor mij natuurlijk LUNCH was. Dat andere mensen geen honger hebben…? Gelukkig Brandon en Peter wel, en we vonden een onwijs leuk restaurantje met heerlijk eten. Peter is begin 70 en is hier als support crew, we hadden eerder al over de Merlin’s Bird app gehad.

Tegen 16u waren we terug in Mytilini, waar ik mijn fiets verder in elkaar zette. Daarna maakte ik een simpele salade voor avondeten en om half negen meldde ik me voor het avondprogramma in Lemon House: party time. Samen met andere, Franse Louise (ja, alweer! En ook weer heel verwarrend!) haalden we ingrediënten voor aprol spritz en deden met Branden en Ali (uit USA, support crew) spelletjes tot de rest van de mensen rond 23u terugkwam van hun dienst in het kamp. Ik begon echter een beetje moe te worden, en ging niet helemaal mee in hetzelfde niveau van beschonkenheid, en wilde de volgende ochtend graag fietsen, dus ik besloot dat het mooi geweest was.

Eerste fietsrit!

Na een goed ontbijt (toast met pistachepasta en banaan) ging ik op pad. Ik had een route gemaakt met Garmin connect, want hier in de stad zijn er heel veel eenrichtingsverkeer-straten, bijzonder lastig. Desondanks fietste ik eerst toch de verkeerde kant op en kwam dus weer bijna bij mijn startpunt uit, maar ja zo leer je het wel kennen hier. Toen ging ik richting Moria, ja waar het oude kamp stond, maar ook waar een oud Romeins aquaduct te zien is! Ik dacht via een leuk bergweggetje te gaan, dat was inderdaad leuk klimmen. En ook onverhard en er waren allemaal loslopende, heel agressief blaffende honden, dus dat was niet leuk genoeg en ik keerde om om via de grote weg te gaan. Dat was ook heel goed te doen, ik denk dat het verkeer rustig was omdat het zondag was. Het was lekker zonnig, en behoorlijk windstil, en prachtig! Dat water is zo mooi blauw overal, en er staan veel voorjaarsbloemen tussen alle olijfbomen. Om zo zelf eropuit te kunnen gaan, en zoveel te zien, op deze mooie plek voelt ook weer als de ultieme vrijheid.
Moria is nu een heel klein, slaperig stadje. Het aquaduct was veel groter en indrukwekkender dan ik had verwacht. Vroeger kwam al het water voor de stad over dit aquaduct. Ik at een stroopwafel en zette koers terug naar het appartementje.

Eerste serie-sessie

In Femke en Ali heb ik twee mede-Bridgerton-liefhebbers ontdekt! Zij hadden al gepland om samen te gaan kijken en ik sloot graag aan, ondanks dat ik de twee afleveringen al gezien had. Er gebeurt zoveel, een keertje extra kijken kan geen kwaad ;). Het was een hele gezellige, ontspannen middag met z’n drietjes op de bank, en we hebben al afgesproken wanneer we de volgende aflevering gaan kijken.

Eerste “zelfstandige” dienst

Zondagavond ging ik volledig alleen aan de slag. Ik was lekker bezig, allemaal mensen met keelpijn en hoesten door een virus. Bij veel mensen had ik een tolk nodig, en ik had ook een paar keer dat meerdere mensen ’tegelijk’ kwamen (dus onderdeel van één gezin), dat maakt het wel wat vermoeiender. Voor eten tijdens de dienst wordt gezorgd, dit was een lekkere (zoute) curry met rijst. Een paar keer vroeg Ine me mee te kijken bij haar, of ik vroeg Nico om logistiek advies, en zo is het ook echt wel samenwerken – dus erg fijn werken! Het was ook veel minder koud dan de afgelopen dagen, dus minder afzien. We waren weer op tijd klaar tegen 22u, inclusief opruimen en terugrijden was ik tegen 23u weer in het appartementje. Ook daar was het helemaal niet meer zo koud als het eerdere avonden werd, wat een verademing. Het begint allemaal te wennen. Het voelt alsof ik hier al veel langer ben dan 5 dagen (!), maar ik voel al dat ik mijn (tijdelijke) plekje hier goed ga kunnen vinden. Het is iedere dag confronterend, maar daar kwam ik ook voor: om te zien wat er nu werkelijk gebeurt. En om toch ook een heel klein stukje te kunnen bijdragen, voelt goed!

Wil jij ook bijdragen? Volg deze link om een donatie voor Stichting Bootvluchteling te doen!